WTW-unit – werking, capaciteit, installatie en inregelen
Technische informatie over balansventilatie met warmteterugwinning
Een WTW-unit (WarmteTerugWin-unit) is het centrale onderdeel van een gebalanceerd ventilatiesysteem. De installatie voert vervuilde en vochtige lucht uit de woning af en brengt tegelijkertijd verse, gefilterde buitenlucht naar binnen.
Het bijzondere is dat de warmte uit de afgevoerde binnenlucht niet zomaar verloren gaat. In de warmtewisselaar wordt een groot deel van deze warmte overgedragen aan de koude buitenlucht.
Schematisch:
buitenlucht → filter → warmtewisselaar → toevoerlucht woning
tegelijkertijd:
afvoerlucht woning → filter → warmtewisselaar → naar buiten
De twee luchtstromen worden daarbij van elkaar gescheiden gehouden.
Moderne WTW-units kunnen een hoog warmteterugwinrendement bereiken. Zo vermeldt Itho Daalderop voor de HRU ECO 350 een rendement van circa 89%, terwijl bepaalde S&P-units tot circa 92% worden opgegeven. Het werkelijke rendement is afhankelijk van unit, uitvoering en bedrijfsomstandigheden.
Wat doet een WTW-installatie?
Een WTW-installatie heeft eigenlijk twee functies:
1. Ventileren
Vervuilde en vochtige lucht afvoeren en verse buitenlucht toevoeren.
2. Warmte terugwinnen
De warmte uit de afgevoerde binnenlucht gebruiken om de verse buitenlucht voor te verwarmen.
Hierdoor kan een woning continu worden geventileerd zonder dat alle warmte uit de afgevoerde lucht direct verloren gaat.
Waar wordt lucht afgevoerd?
Afzuiging vindt normaal gesproken plaats vanuit zogenaamde natte of vervuilde ruimten, bijvoorbeeld:
- badkamer;
- toilet;
- keuken;
- bijkeuken.
Hier ontstaat relatief veel vocht, geur en vervuiling.
De lucht stroomt vanuit de overige ruimtes richting deze afzuigpunten.
Waar wordt verse lucht toegevoerd?
Gefilterde buitenlucht wordt juist ingeblazen in de verblijfsruimten, zoals:
- woonkamer;
- slaapkamers;
- werkkamer;
- andere verblijfsruimten.
De basis wordt daarmee:
verse lucht → woonkamer/slaapkamers → overstroom → badkamer/toilet/keuken → WTW → buiten
Daarom moeten de toevoer- en afvoerhoeveelheden als compleet systeem worden ontworpen.
Waarom heet dit balansventilatie?
Bij een goed ingeregelde WTW-installatie worden de toevoer en afvoer op elkaar afgestemd.
Daar komt de naam balansventilatie vandaan.
Een WTW-unit simpelweg aansluiten en alle ventielen volledig openen is dus geen goede manier van installeren.
Na aanleg moet worden gecontroleerd hoeveel lucht daadwerkelijk via ieder toevoer- en afvoerpunt stroomt.
Hoeveel capaciteit moet een WTW-unit hebben?
WTW-units worden aangeboden met verschillende maximale luchtcapaciteiten, bijvoorbeeld:
200 m³/h – 300 m³/h – 350 m³/h – 400 m³/h – 450 m³/h – 600 m³/h
Maar:
een woning van 150 m² heeft niet automatisch een WTW-unit van 350 m³/h nodig.
De benodigde ventilatiehoeveelheid wordt bepaald aan de hand van onder andere:
- gebruiksoppervlak;
- aantal verblijfsruimten;
- functie van de ruimten;
- aantal bewoners;
- benodigde toevoer;
- benodigde afvoer;
- geldende ventilatie-eisen.
Daarna wordt een WTW-unit gekozen die deze hoeveelheid lucht bij de werkelijke weerstand van het kanalensysteem kan leveren.
Kijk niet alleen naar het aantal m³/h
Dit is technisch erg belangrijk.
Een WTW-unit kan bijvoorbeeld worden aangeduid als een 350 m³/h-unit, maar die capaciteit zegt zonder beschikbare druk nog niet alles.
Itho Daalderop geeft voor de HRU ECO 350 bijvoorbeeld 350 m³/h bij 100 Pa op.
De ventilatoren moeten namelijk weerstand overwinnen van:
- luchtkanalen;
- bochten;
- verloopstukken;
- geluiddempers;
- filters;
- ventielen;
- dak- of geveldoorvoeren;
- luchtverdeelboxen.
Daarom moet bij selectie worden gekeken naar:
luchtdebiet + beschikbare externe druk
en niet alleen naar het maximale aantal m³/h.
Kies een WTW-unit niet te klein
Een unit die continu bijna op zijn maximale capaciteit moet draaien kan nadelen hebben.
De ventilatoren moeten dan harder werken, waardoor:
- het elektrische verbruik kan toenemen;
- het geluidsniveau kan stijgen;
- minder reservecapaciteit beschikbaar is.
Een iets grotere unit die binnen een gunstig werkgebied kan functioneren kan daarom soms een betere keuze zijn.
Maar onnodig groot dimensioneren is evenmin de bedoeling.
De complete installatie moet worden berekend.
Kanaaldiameter is minstens zo belangrijk
Een goede WTW-unit kan slecht functioneren wanneer de luchtkanalen verkeerd zijn gedimensioneerd.
Een te kleine kanaaldiameter zorgt bij hetzelfde luchtdebiet voor een hogere luchtsnelheid.
Dat kan leiden tot:
- hogere weerstand;
- meer ventilatorvermogen;
- stromingsgeluid;
- geluid bij ventielen;
- onvoldoende luchtcapaciteit.
Gebruik daarom niet automatisch overal dezelfde kanaaldiameter.
Hoofdkanalen vervoeren meer lucht dan de aftakkingen naar afzonderlijke ruimtes en moeten daarop worden gedimensioneerd.
Houd het kanalensysteem zo rustig mogelijk
Een efficiënt ventilatiesysteem heeft bij voorkeur:
- voldoende grote kanalen;
- zo weinig mogelijk onnodige bochten;
- vloeiende verloopstukken;
- beperkte kanaallengtes;
- goede luchtverdeling.
Iedere bocht en vernauwing veroorzaakt extra weerstand.
Een goedkoop of eenvoudig kanalensysteem kan daardoor uiteindelijk zorgen voor een WTW-unit die harder moet draaien dan noodzakelijk.
Flexibele ventilatieslang
Flexibele ventilatieslang kan handig zijn voor korte aansluitingen of bepaalde luchtverdeelsystemen.
Maar een lange, sterk samengedrukte flexibele slang kan veel weerstand veroorzaken.
Gebruik flexibele slangen daarom volgens het ontwerp van het ventilatiesysteem en voorkom:
- scherpe bochten;
- onnodige lengte;
- platdrukken;
- sterke vernauwingen.
Voor hoofdkanalen wordt meestal een daarvoor geschikt star kanaalsysteem toegepast.
Geluid van een WTW-installatie
Een goede WTW-installatie hoort niet hinderlijk aanwezig te zijn.
Geluid kan afkomstig zijn van:
- ventilatoren;
- luchtstroming;
- te kleine kanalen;
- te hoge luchtsnelheden;
- ventielen;
- trillingen;
- geluidsoverdracht tussen kamers.
Daarom is geluid niet alleen een eigenschap van de WTW-unit.
De complete kanaalinstallatie bepaalt voor een belangrijk deel het uiteindelijke geluidsniveau.
Waarom geluiddempers gebruiken?
Een geluiddemper kan ventilator- en luchtgeluid tussen de WTW-unit en het kanalensysteem verminderen.
Vooral aan de woningzijde kan dit belangrijk zijn.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met overspraak: geluid dat via het ventilatiekanaal van de ene ruimte naar een andere ruimte wordt overgedragen.
Bij slaapkamers verdient dit extra aandacht.
Wat doet de warmtewisselaar?
In de warmtewisselaar passeren de warme afvoerlucht en koude buitenlucht elkaar zonder rechtstreeks te mengen.
De warmte verplaatst zich door het materiaal van de warmtewisselaar.
Bijvoorbeeld:
binnenlucht 21 °C → warmtewisselaar → naar buiten
buitenlucht 0 °C → warmtewisselaar → voorverwarmde toevoerlucht
De exacte toevoertemperatuur is afhankelijk van onder andere buitentemperatuur, binnentemperatuur, luchtdebiet en rendement van de warmtewisselaar.
Gewone of enthalpiewisselaar?
Niet iedere WTW-unit heeft hetzelfde type warmtewisselaar.
Standaard warmtewisselaar
Hierbij wordt hoofdzakelijk voelbare warmte van de afvoerlucht naar de toevoerlucht overgedragen.
Enthalpiewisselaar
Een enthalpiewisselaar kan naast warmte ook een deel van het vocht overdragen.
Dit kan vooral in de winter interessant zijn, omdat zeer droge binnenlucht daarmee gedeeltelijk kan worden tegengegaan.
S&P vermeldt bijvoorbeeld voor bepaalde SABIK-uitvoeringen een enthalpiewisselaar met naast voelbare ook latente warmteterugwinning.
Welke wisselaar geschikt is hangt af van het gebouw, gewenste comfort en het betreffende WTW-systeem.
Wat is de zomerbypass?
In de winter wilt u warmte terugwinnen.
Maar op een warme zomerdag kan dat juist ongewenst zijn.
Stel:
binnen = 25 °C
buiten 's nachts = 17 °C
Dan wilt u de koelere buitenlucht niet eerst opwarmen met de warme afgevoerde binnenlucht.
Daarvoor heeft een moderne WTW-unit een bypass.
De lucht wordt dan langs de warmtewisselaar geleid, zodat koelere buitenlucht rechtstreeks kan worden toegevoerd zonder eerst warmte uit de afvoerlucht op te nemen. Zehnder beschrijft deze functie als vrije koeling tijdens geschikte zomeromstandigheden.
Een bypass is geen airconditioning
Dit onderscheid is belangrijk.
Een WTW-unit met zomerbypass kan op geschikte momenten koelere buitenlucht gebruiken, maar produceert zelf geen koude zoals een airconditioner.
Bij:
buiten 30 °C → binnen 25 °C
kan een gewone bypass de woning dus niet met 18 °C lucht gaan koelen.
Een WTW-unit is primair een ventilatiesysteem, geen airco.
Vorstbeveiliging
Bij lage buitentemperaturen kan de warmtewisselaar te koud worden.
Het vocht in de afgevoerde binnenlucht kan dan bevriezen.
Moderne WTW-units gebruiken verschillende methoden om dit te voorkomen.
Afhankelijk van het toestel kan dat bijvoorbeeld met:
- voorverwarming;
- vorstklep;
- regeling van de luchtdebieten;
- intelligente vorstbeveiligingssoftware;
- enthalpiewisselaar.
Itho Daalderop vermeldt bijvoorbeeld voor de HRU ECO 350 standaard een ingebouwde bypass- en vorstklep. Zehnder beschrijft meerdere verschillende vorstbeschermingsstrategieën, afhankelijk van het type WTW-systeem.
Controleer daarom altijd hoe de gekozen WTW-unit tegen bevriezing wordt beschermd.
Waarom ontstaat condenswater?
Wanneer warme vochtige binnenlucht in de warmtewisselaar wordt afgekoeld, kan waterdamp condenseren.
Een WTW-unit produceert daardoor condenswater.
Daarom heeft de unit normaal gesproken een condensafvoer nodig.
Deze moet volgens de voorschriften van de fabrikant worden aangesloten.
Condensafvoer correct aanleggen
Let bij de condensafvoer op:
- voldoende afschot;
- juiste sifon of droogsifon wanneer voorgeschreven;
- luchtdichte aansluiting;
- bereikbaarheid;
- vorstvrije aanleg;
- correcte aansluiting op de afvoer.
Een fout aangesloten condensafvoer kan problemen veroorzaken zoals lekkage, geur of water in de unit.
Itho Daalderop vermeldt bijvoorbeeld bij de HRU ECO 350 een voorziening met droogsifon.
Waarom zijn filters belangrijk?
Een WTW-unit gebruikt filters om de installatie en de toegevoerd lucht te beschermen.
Aan de buitenluchtzijde kunnen filters onder andere:
- stof;
- pollen;
- fijnstof;
- andere deeltjes
uit de toevoerlucht filteren.
Het filter aan de afvoerzijde beschermt onder andere de warmtewisselaar tegen vervuiling.
De exacte filterklasse verschilt per toestel en uitvoering. Moderne units kunnen bijvoorbeeld een ISO ePM1-filter voor de toevoerlucht en een grover filter voor de afvoerlucht gebruiken.
Filters moeten worden onderhouden
Een vervuild filter veroorzaakt extra luchtweerstand.
Hierdoor moeten de ventilatoren harder werken om dezelfde hoeveelheid lucht te verplaatsen.
Dat kan leiden tot:
- lager luchtdebiet;
- hoger energieverbruik;
- meer geluid;
- slechtere ventilatie.
Controleer de filters daarom regelmatig en vervang ze volgens de voorschriften van de fabrikant en afhankelijk van de omstandigheden.
Bij veel moderne WTW-units geeft de regeling een filtermelding wanneer onderhoud nodig is.
CO₂- en vochtsensoren
Een WTW-installatie hoeft niet altijd op dezelfde ventilatiestand te draaien.
Met sensoren kan de ventilatie worden aangepast aan de werkelijke behoefte.
CO₂-sensor
Wanneer meerdere mensen in een ruimte aanwezig zijn stijgt de CO₂-concentratie.
De ventilatie kan dan automatisch worden verhoogd.
Vochtsensor
Tijdens douchen neemt de luchtvochtigheid snel toe.
Een vochtsensor kan ervoor zorgen dat de WTW-unit tijdelijk meer lucht afvoert.
Daarna kan het systeem automatisch weer terugregelen.
Sommige moderne WTW-units ondersteunen CO₂-, vocht- en andere sensoren voor vraaggestuurde ventilatie.
Vraaggestuurd ventileren
Vraagsturing heeft twee belangrijke voordelen:
Wanneer meer ventilatie nodig is → capaciteit omhoog
Wanneer minder ventilatie nodig is → capaciteit omlaag
Hierdoor hoeft de WTW-unit niet continu op een hoge ventilatiestand te werken.
Dat kan gunstig zijn voor:
- energiegebruik;
- geluid;
- comfort;
- luchtkwaliteit.
Waarom moet een WTW-installatie worden ingeregeld?
Dit is één van de belangrijkste onderdelen van de installatie.
Na montage moet worden gemeten hoeveel lucht via ieder ventiel wordt toegevoerd of afgevoerd.
Bijvoorbeeld:
woonkamer → toevoer X m³/h
slaapkamer → toevoer X m³/h
badkamer → afvoer X m³/h
toilet → afvoer X m³/h
De ventielen en/of luchtverdeling worden vervolgens zo ingesteld dat de ontworpen luchtdebieten worden bereikt.
Zonder inregeling weet u niet of iedere ruimte daadwerkelijk voldoende ventilatie krijgt.
Draai na het inregelen niet zomaar aan de ventielen
Wanneer een ventiel eenmaal op het juiste luchtdebiet is ingesteld, bepaalt de positie ervan mede de luchtverdeling.
Een ventiel verder open of dicht draaien verandert het luchtdebiet.
Daarom is het verstandig de instelling vast te leggen en ventielen na reiniging weer in dezelfde positie terug te plaatsen.
Toevoer en afvoer moeten bij elkaar passen
Bij balansventilatie moeten de totale luchttoevoer en luchtafvoer correct op elkaar zijn afgestemd.
Een grote afwijking kan leiden tot ongewenste over- of onderdruk in de woning.
Dat kan invloed hebben op:
- comfort;
- luchtstromen;
- energiegebruik;
- werking van de ventilatie.
Daarom moet een WTW-installatie als compleet systeem worden ontworpen en ingeregeld.
Zorg voor voldoende overstroom
Lucht die in een slaapkamer wordt toegevoerd moet uiteindelijk naar bijvoorbeeld badkamer, toilet of keuken kunnen stromen.
Daarvoor moet er een luchtweg tussen de ruimtes bestaan.
Dit wordt overstroom genoemd.
Dat kan bijvoorbeeld via:
- ruimte onder een binnendeur;
- overstroomrooster;
- speciaal akoestisch overstroomcomponent.
Een slaapkamer volledig luchtdicht afsluiten terwijl daar lucht wordt ingeblazen kan de bedoelde ventilatiestroom verstoren.
Buitenlucht en afblaaslucht
Een centrale WTW heeft doorgaans vier hoofdaansluitingen:
1. buitenlucht → WTW
2. WTW → toevoerlucht woning
3. afvoerlucht woning → WTW
4. WTW → afblaaslucht buiten
Deze vier aansluitingen mogen niet worden verwisseld.
De buitenlucht- en afblaasopeningen moeten bovendien zo worden geplaatst dat afgevoerde lucht niet direct opnieuw wordt aangezogen.
Dakdoorvoer of geveldoorvoer?
Buitenlucht en afblaaslucht kunnen afhankelijk van het systeem via dak- of geveldoorvoeren worden aangesloten.
Bij het ontwerp moet worden gekeken naar:
- afstand tussen aanzuig en afblaas;
- regeninslag;
- wind;
- geluid;
- kanaalweerstand;
- plaatsing ten opzichte van andere openingen.
Gebruik hiervoor geschikte ventilatiedoorvoeren.
Kan een WTW in een bestaande woning?
Ja, maar bij renovatie is vooral het kanalensysteem de uitdaging.
Bij nieuwbouw kunnen de toevoer- en afvoerkanalen vooraf in het ontwerp worden meegenomen.
Bij een bestaande woning moet ruimte worden gevonden in bijvoorbeeld:
- verlaagde plafonds;
- schachten;
- zolder;
- knieschotten;
- technische ruimten.
Er bestaan compacte en laagbouw-WTW-units die juist voor beperkte montageruimte interessant kunnen zijn. De Itho HRU ECO 350 LP is bijvoorbeeld ontworpen als laagbouwuitvoering en kan afhankelijk van de situatie onder meer achter een knieschot worden toegepast.
Waar plaats ik de WTW-unit?
Veel voorkomende plaatsen zijn:
- technische ruimte;
- zolder;
- berging;
- installatieruimte;
- achter een knieschot, bij geschikte units.
Let bij de plaatsing vooral op:
- bereikbaarheid voor filterwissel;
- onderhoudsruimte;
- condensafvoer;
- kanaalaansluitingen;
- geluid;
- draagkracht van wand/vloer;
- elektriciteitsaansluiting.
Plaats een WTW-unit niet zo krap dat de filters of warmtewisselaar later niet meer bereikbaar zijn.
Itho Daalderop HRU WTW-units
Binnen het assortiment van Handelsonderneming RJV vindt u Itho Daalderop HRU WTW-units.
Itho biedt verschillende uitvoeringen voor gebalanceerde ventilatie. De HRU ECO 350 heeft bijvoorbeeld een capaciteit van 350 m³/h bij 100 Pa, een rendement rond 89% en een ingebouwde bypass- en vorstvoorziening.
[ Bekijk Itho Daalderop HRU WTW-units → ]
Zehnder ComfoAir WTW-units
De Zehnder ComfoAir-serie bestaat uit verschillende WTW-units voor gebalanceerde ventilatie.
Zehnder heeft onder andere ComfoAir E- en Q-uitvoeringen en publiceert voor de verschillende units kwaliteitsverklaringen waarin onder andere warmteterugwinrendement, bypass en elektrisch vermogen zijn opgenomen.
[ Bekijk Zehnder ComfoAir WTW-units → ]
Orcon WTW-units
Binnen het assortiment van Handelsonderneming RJV vindt u daarnaast Orcon WTW-units voor verschillende woningventilatietoepassingen.
Kijk bij de keuze niet alleen naar het merk, maar vergelijk vooral:
capaciteit → beschikbare druk → rendement → geluid → afmetingen → aansluitdiameters → filters → regeling → sensormogelijkheden.
[ Bekijk Orcon WTW-units → ]
Veelgemaakte fouten bij WTW-installaties
De unit zelf is maar één onderdeel van een goed ventilatiesysteem. Veel problemen ontstaan juist rondom de installatie.
Let vooral op:
- WTW-unit alleen op maximale m³/h selecteren;
- te kleine luchtkanalen gebruiken;
- te veel scherpe bochten;
- lange stukken samengedrukte flexibele slang;
- geen geluiddempers toepassen waar deze nodig zijn;
- onvoldoende overstroom tussen ruimtes;
- toevoer en afvoer niet inregelen;
- ventielen na inregeling verdraaien;
- condensafvoer verkeerd aansluiten;
- filters onvoldoende onderhouden;
- buitenlucht en afblaaslucht te dicht bij elkaar plaatsen;
- onvoldoende onderhoudsruimte rond de unit;
- zomerbypass verwarren met airconditioning.
Welke WTW-unit heb ik nodig?
Een goede selectie begint niet met het merk, maar met de installatie.
Kleine woning of appartement?
→ Bereken eerst het benodigde ventilatiedebiet en kijk daarna naar een compacte WTW-unit.
Grotere woning?
→ Kijk naar een unit met voldoende capaciteit én beschikbare druk.
Weinig montageruimte?
→ Kijk naar een compacte of laagbouw-WTW.
Extra aandacht voor pollen of fijnstof?
→ Kijk naar de beschikbare filtermogelijkheden.
Automatisch ventileren?
→ Controleer mogelijkheden voor CO₂- en vochtsensoren.
Comfort in de zomer belangrijk?
→ Kies een unit met geschikte automatische bypassregeling.
Renovatie?
→ Kijk eerst of en hoe het kanalensysteem door de woning kan worden aangelegd.
Wat moet ik weten voordat ik een WTW-unit bestel?
Bepaal bij voorkeur vooraf:
- benodigde totale luchtcapaciteit in m³/h;
- benodigde toevoer per ruimte;
- benodigde afvoer per ruimte;
- weerstand van het kanalensysteem;
- benodigde kanaaldiameters;
- beschikbare plaats voor de WTW-unit;
- positie van buitenlucht en afblaas;
- mogelijkheid voor condensafvoer;
- gewenste filterklasse;
- gewenste CO₂- of vochtregeling;
- gewenste bypassfunctie;
- geluidseisen;
- nieuwbouw of renovatie;
- gewenste bediening;
- beschikbare onderhoudsruimte.
Daarna kan veel gerichter worden bepaald welke WTW-unit bij de installatie past.
WTW-unit en warmtepomp
Een WTW-unit en warmtepomp hebben verschillende functies.
WTW-unit → ventilatie + warmteterugwinning uit ventilatielucht
Warmtepomp → verwarming en eventueel koeling/warm tapwater
In een goed geïsoleerde woning kunnen deze systemen elkaar goed aanvullen.
De warmtepomp verwarmt de woning, terwijl de WTW-installatie ervoor zorgt dat noodzakelijke ventilatie plaatsvindt met zo weinig mogelijk warmteverlies.
Advies over WTW-units en ventilatiematerialen
Een goede WTW-installatie begint niet bij alleen de ventilatie-unit.
Capaciteit, kanaaldiameters, drukverlies, geluid, luchtverdeling, filters, condensafvoer en een correcte inregeling bepalen uiteindelijk hoe goed het systeem functioneert.
Bij Handelsonderneming RJV vindt u naast WTW-units van Itho Daalderop, Zehnder en Orcon ook materialen voor het samenstellen van de ventilatie-installatie. Je huidige pagina noemt hiervoor onder meer ventilatiekanalen, hulpstukken, ventielen, flexibele slangen, filters en montagematerialen.
Met meer dan 30 jaar ervaring in installatietechniek denken we graag mee over de benodigde materialen voor een passende WTW-installatie.
[ Bekijk alle WTW-units → ]
[ Bekijk ventilatiekanalen en hulpstukken → ]
[ Vraag technisch advies → ]